Behandeling van depressie bij ouderen

Afhankelijk van de ernst van de klachten kan een arts eerst adviseren te gaan bewegen of een cursus te volgen, bijvoorbeeld ‘omgaan met depressie bij ouderen’.

In veel plaatsen bestaan speciale therapiegroepen en cursussen voor ouderen. Deelnemers leren praktisch te werken aan het tegengaan van de depressie. Het contact met lotgenoten in deze groepen biedt herkenning en steun. Veel mensen knappen daar van op. Mocht dit niet het geval zijn dan kan worden overgegaan op psychotherapie en/of behandeling met medicijnen. Cognitieve gedragstherapie is een vorm van psychotherapie die wordt aangeraden bij depressie. Een andere vorm van behandeling waar veel mensen wat aan hebben is mindfulness. Daarin leer je met aandacht in het hier en nu te leven. Veel psychologen kunnen je hierin trainen. Je huisarts kan je ook een combinatie adviseren van medicijnen en psychotherapie. Bij veel mensen met een seizoensgebonden depressie zorgt lichttherapie voor positieve resultaten. Bij een zeer ernstige depressie die lang duurt en waarbij behandeling niet helpt, wordt soms moderne Electro Convulsie Therapie (ECTgebruikt.
 
Een depressie kan, soms na maanden, soms na jaren, weer terugkomen. Dit overkomt bijna de helft van de mensen die depressief zijn geweest. Een goede behandeling kan de kans op terugkeer van de depressie verkleinen.

Medicijnen

De antidepressiva die veelal worden voorgeschreven, beïnvloeden het evenwicht van de stoffen in het lichaam die gevoelens en stemmingen bepalen. Bij meer dan de helft van de mensen leiden deze medicijnen tot vermindering van de klachten. Dit effect is merkbaar vanaf vier tot zes weken na het begin van het gebruik. De omgeving ziet vaak al eerder veranderingen. Voor een goed resultaat is het belangrijk de medicijnen langere tijd te gebruiken, zeker zes tot negen maanden. Daarna is het belangrijk het gebruik stap voor stap en in overleg met de behandelaar af te bouwen, in verband met mogelijke onttrekkingsverschijselen.

Antidepressiva zijn niet verslavend. Ze hebben wel bijwerkingen, zoals sufheid, slaperigheid, duizelingen of hoofdpijn. Deze verschillen per gebruiker en per soort en verdwijnen meestal na verloop van tijd.

Totdat de antidepressiva beginnen te werken, kan de arts kalmerings- of slaapmiddelen voorschrijven. Er wordt aangeraden om bij ouderen zeer terughoudend te zijn met het voorschrijven van kalmerings- of slaapmiddelen omdat het de kans op vallen vergroot. De middelen werken direct en helpen tegen slapeloosheid, angstgevoelens,spanning en onrust. Het gebruik van deze medicijnen wordt bij voorkeur beperkt tot enkele weken. Meestal zijn ze daarna ook niet meer nodig.

Informatie en hulp

Wanneer je je zorgen maakt over je depressieve gevoelens en een aantal verschijnselen van depressie herkent, kunt je het beste contact opnemen met de huisarts. Vind je dat moeilijk, vraag dan of iemand met je meegaat, bijvoorbeeld een vriend(in) of een familielid.