Mijn leven is een opeenvolging geweest van depressies, nu ben ik vrij

Mijn leven is een opeenvolging geweest van depressies. Althans dat weet ik pas achteraf. Want als je niet weet wat een depressie is, noem je het ook niet zo, en ervaar je het voor wat het is: een triest, somber, naargeestig gevoel. Pas veel later, toen ik bekend raakte met de diagnose 'depressie' herkende ik met terugwerkende kracht dat ik daar dus al veel eerder mee te maken had gehad. Dat heeft zijn voordelen gehad, denk ik, want al is het niet 'wat niet weet, wat niet deert', heeft het wel voorkomen dat ik ging me ging identificeren met depressie. Uiteindelijk trokken ze ook wel weer voorbij.

Zo ook de dwangneurose, stikvermoeiende dwanghandelingen en dwanggedachten, ook opgekomen in mijn puberteit. Wat is daar een energie in gaan zitten. Die dwangneurose is na vijftien jaar als sneeuw voor de zon verdwenen. De depressieve perioden bleven.

Ik ga niet uitweiden over allerlei mogelijke oorzaken en omstandigheden. Kern is dat de depressies steeds heftiger terugkeerden. Antidepressiva, therapieën, heel veel lezen en zelfhulp. Desondanks uiteindelijk culminerend in crisishulp en vrijwillige opname bij de ggz voor een aantal weken. Tamelijk uitzichtloos, al 'wist' ik op de een of andere manier dat ik aan de finale begonnen was. Wat me op de been hield was het besef dat, of ik het nu leuk vind of niet, dit mijn leven nu eenmaal was, een ander leven was er niet, ik had het er maar mee te doen. Ik ga er namelijk niet vanuit dat er een ‘leven’ is na de dood (grappige term), dat als je dood bent, er geen ‘ik’ meer is die dat als een ‘bevrijding’ kan ervaren (maar uiteindelijk is er niemand die het weet). Het geeft alleen maar ellende aan de nabestaanden. Een kwestie van verantwoordelijkheid aanvaarden. Dat heeft me geholpen. En het besef dat ik me vandaag rot kan voelen, maar de volgende dag mogelijk beter, het enigszins kon parkeren.

Het was ook het moment van onbetreden paden bewandelen. Ik ben naar een ‘medium/ therapeute’ gegaan, waarvan ik de indruk had ze goed was in haar benadering. Het was een harde confrontatie met mezelf en een familiesysteem kwam aan het licht. Er kwam na het bezoek ontzaglijk veel energie vrij, enorme huilbuien (niet van verdriet maar van ontlading dit keer), creativiteit (gedichten), extreme gevoeligheid. Het monster van depressie dat ik altijd had zien liggen (ja, tamelijk concreet, en in tijden dat het wat beter ging, altijd wel aanwezig, onder zijn deken in de mand), was definitief vertrokken, de mand was leeg. Ik wist dat ik klaar was. Ik heb mijn reguliere therapeut (die ik van een en ander op de hoogte had gehouden) vaarwel gezegd, ik heb de antidepressiva afgebouwd en gestopt (je slikt immers ook geen pijnstillers als je geen pijn meer hebt). Later dat jaar kwamen er nog wel wat angstaanvallen, maar die zag ik als restanten oud vuil. Daarvoor ben ik nog wel een paar keer naar medium/behandelaar teruggeweest. De klus was geklaard. Oude terugkerende nachtmerries ben ik expres nog eens gaan herdromen (dat kan kennelijk); ze bleken geen nachtmerries meer te zijn. Ik ben gaan inzien dat we allemaal in systemen gevangen zitten, waarin door generaties heen, veel energie is gaan zitten, heel veel energie. Die systemen, groot en klein, houden zichzelf in stand, soms koste wat kost. En soms moet een systeem doorbroken worden. Hier was het kennelijk aan mij. Niet omdat ik het leuk vond, maar omdat ik het aankon (dat is gebleken). Dat er heel veel energie gemoeid was bij wat ik ervoer, wist ik, ik heb dat zelfs in oude notities terug kunnen lezen, waarin ik het beschrijf als ‘een energie groter dan ik aankan’. 

Essentieel in het geheel is het besef dat je niet depressief bént, maar dat je een depressie hébt. Net zoals, als je je been gebroken hebt, je niet je gebroken been bent. En de pijn was niet míjn pijn, zoals het medium mij zei. In een klap stond daarmee al mijn ellende naast mij geparkeerd.

Tijdens een depressie (maar eigenlijk tijdens alles), ben je constant aan het benoemen hoe je je voelt. Je denkt je depressief, zou ik bijna willen zeggen. En in ruimere context: je niet bent wat je denkt. Je hébt je gedachten, je bént ze niet. Denken is een gereedschap van de mens, zoals een jachtluipaard zijn snelheid en klauwen heeft. Zo zie ik het. Maar je bént niet je gereedschap. Je denkt niet een hamer te zijn als je aan het timmeren bent (of het gaat wel heel slecht met je). Zo ook met gedachten, je hébt ze, je bént ze niet. Toch hebben we de nare gewoonte ons te identificeren met wat we denken en voelen. Daar gaat het dus mis. Dit is een essentieel besef. Als je dit beseft, kun je loslaten wat je voelt of denkt, afstand nemen. Op zijn tijd heb ik nog wel last van wat (bij voorkeur) nachtelijke angst-/paniekaanvalletjes; het besef dat het maar gedachten zijn, haalt de angel eruit, waardoor ze ook weer verdwijnen. Van mijn depressies acht ik mijzelf genezen.

In het ‘vechten’ tegen depressies (of wat dan ook) geloof ik niet. Als je gaat vechten, stop je juist energie in dat waar je vanaf wilt. Wel geloof ik in het juist omarmen, accepteren (en loslaten) van depressie. Alles is energie, weet ik inmiddels.

Kortom, je bent niet wat je denkt of voelt, het zijn maar gedachten. Wie je bént, je wezen, ligt dieper, daar kun je met je gedachten niet bij, per definitie niet.

Ik hoop dat degene die last heeft van depressie of angsten, er iets aan heeft.

Sterkte gewenst.

Connect App

Ronald maakt gebruik van de Connect app.

Meld je direct aan om contact op te nemen
Meer ervaringsverhalen